Gebouwen

 

Kasteel

Kasteel

Het kasteelcomplex bestaat uit de Oostvleugel en het Koetshuis (1739), de Noordvleugel of het Paleisje uit 1805, de Fumoir uit 1861, en de restaurant- en hotelvleugel uit 1994.

Oostvleugel

Oostvleugel

Rudolf Sturler, kolonel van het in Maastricht gelegerde Zwitsers regiment, kocht Vaeshartelt in 1735 en liet in 1739 de boerenhoeve ontmantelen en de gracht eromheen dempen. Hij liet volgens de 17e eeuwse traditie (Louis XV) een rechthoekig landhuis bouwen: de huidige Oostvleugel. Ook uit die tijd dateren het Koetshuis en de Boerderij. De dakbedekking, de raamsomlijstingen van Naamse steen laten zien dat deze gebouwen eenzelfde herkomst kennen.

Paleisje

Paleisje

In 1803 verwierf Jacques Pierre Nolens het landgoed. Hij liet in 1805 de noordelijke vleugel bouwen, later ‘het Paleisje’ genoemd. Het was geen evenwichtige uitbreiding van het huis. Wel werd er gekozen voor eenzelfde soort kap en leistenen dakbedekking, die toch een zekere eenheid suggereerden. Maar de nieuwe vleugel staat scheef op de oostvleugel, met een knik in de aansluiting. Het was de tijd dat Napoleon met zijn legers door Europa trok, de periode van de klassicistische Empire-stijl: grote, in een lengte-as geplaatste ruimtes van voorname maat en schaal, elegante schouwen, decoratief stucwerk. De architectuur van het exterieur was symmetrisch en kende een strak ritme, met in het midden de drie halfronde traptreden die toegang geven tot de tuin.

Fumoir

Fumoir

Petrus Regout liet in 1861 de Fumoir bouwen, in de hoek die de Oostvleugel en het Paleisje met elkaar maakten. Tot dat moment was Vaeshartelt zijn zomerresidentie geweest. Nu hij er permanent kwam wonen was er behoefte aan een ontvangstruimte, een voorname salon. Dat werd de Fumoir of rooksalon, die tegen de oorspronkelijke buitengevel van het Paleisje werd aangebouwd.

Koetshuis

Koetshuis

In het Koetshuis waren, net als in het boerderijgebouw, de economische functies ondergebracht: boerderij, paarden- en natuurlijk koetsenstalling. In het koetshuis is in de periode Regout ook de kapel ondergebracht, zoals op een van de Albumprenten is te zien. Regout heeft die kapel aangehaald in zijn uitnodiging aan de Paus om op Vaeshartelt te komen verblijven. Het Vaticaan lag destijds onder vuur van Garibaldi met zijn Republikeinse troepen, en Regout bood toen de Paus een veilige toevlucht aan met de mogelijkheid om dagelijks de mis te kunnen lezen. Het heeft hem in elk geval een Pauselijke onderscheiding opgeleverd.

Restaurantvleugel

Restaurantvleugel

De gebouwen die het Koetshuis verbonden met het Paleisje zijn in de loop van de tijd verdwenen. Op de plattegrond van de verdwenen bouwdelen is de nieuwe restaurantvleugel gebouwd, net als de hotelvleugel naar een ontwerp van Architectengroep Mertens (later HVNArchitecten). De nieuwe vleugels zijn vormgegeven in hedendaagse stijl. De restauratiefilosofie was en is: zorgvuldig restaureren waar dat kan, maar niet historiserend bouwen waar gebouwen of delen van gebouwen verdwenen zijn.

Met die restauratiefilosofie en –praktijk is de Stichting Buitenplaats Vaeshartelt in 1998 genomineerd voor de Rijksprijs voor Excellent Opdrachtgeverschap (de zogenaamde Pyramides) in de categorie Monumentenzorg.  

In de nieuwe vleugel zijn de volgende functies ondergebracht: restaurant de Sterrenhemel, het centrale Sterrenplein met liftschacht/trappenhuis naar de hotelvleugel, en de bar/brasserie.

Hotelvleugel

Hotelvleugel

In het verlengde van het Paleisje stond vroeger de grote schuur. Daarvan was alleen de noordelijke gevel nog aanwezig. Die is gerestaureerd en bewaard als onderdeel van de hotelvleugel. Deze vleugel biedt ruimte aan 84 hotelkamers met zicht op het Engels landschapspark dan wel op de Geheime Tuin.

De hotelvleugel is verdiept uitgevoerd en voorzien van een set back als bovenste verdieping. Dit uit respect voor het monumentale Paleisje.

Pomphuisje

Pomphuisje

Een gedeelte van de Oostvleugel is in de 19e eeuw verdwenen. In 1905 is daarvoor in de plaats het Pomphuisje annex garage gebouwd. Het is de bedoeling om in de toekomst de Oostvleugel weer te verlengen en de Binnenhof te completeren.

Portierswoning

Portierswoning

Op de Albumprenten is te zien dat er links van de ingangspoort een relatief groot chaletachtig gebouw heeft gestaan. In 1905 is op die plaats de huidige portierswoning gebouwd. In 1998 is de portierswoning gerenoveerd en sindsdien ingericht als groepsaccommodatie.

Boerderij

Boerderij

De boerderij dateert net als Oostvleugel en Koetshuis uit 1739. Ervóór ligt de ‘Weide voor den Pachter’, ernaast lag vroeger de ‘Dragondersweide’. Tot in de jaren ’90 van de vorige eeuw werd hier geboerd, door de families Hamers (vanuit de boerderij zelf) en Roosen (vanuit de Witte Schuur).

De boerderij is in 1998 gerestaureerd naar een ontwerp van HVNArchitecten. De kap en kapconstructie en de gevels zijn gerestaureerd, de atypische indeling (de schuur achter tegen het woonhuis aangebouwd) is gehandhaafd; vervolgens is in de schuur een geheel nieuw gebouw opgetrokken met een eigen palenconstructie. In de kap is een grote opening gemaakt om daglicht binnen te laten. Ongeveer 15 jaar lang heeft de boerderij dienst gedaan als kantoor voor Driekant/Odyssee; sinds 2013 is Montesquieu de huurder.

Witte schuur

Witte schuur

In 2005 is de Witte Schuur weer in gebruik genomen. De oude schuur is afgebroken en op dezelfde plattegrond opnieuw opgebouwd, naar ontwerp van HVNArchitecten. Het tussenlid met zijn rij kleine stallen is gerestaureerd, daarvóór is een overdekte gang gemaakt om de gebouwdelen met elkaar te verbinden. De tuinmuur tussen boerderij en witte schuur is eveneens in 2005 gerestaureerd. Naar een ontwerp van Copijn is vervolgens de binnentuin ingericht.

De Witte Schuur wordt verhuurd als kantoorruimte. Deze wordt gebruikt door een reeks van veelal kleinere organisaties.

Volontaire

Volontaire

De Tuinen en het hele landschapspark van Vaeshartelt kunnen in stand worden gehouden dankzij de vrijwillige inzet van velen: vrijwilligers uit de omgeving, studenten van het United World College, cliënten uit de zorg, leden van het IVN en Imkervereniging Mergelland, enz. Dat gebeurt in het organisatorisch kader van de Stichting Vrienden van Kasteel Vaeshartelt. In de nieuwe Tuinen hebben de vrijwilligers hun eigen onderkomen in de Volontaire: vroeger schapenstal en opslag voor de familie van den Booren, nu pauzeruimte en schuilplek voor onze vrijwilligers.

Bijenpaviljoen

Bijenpaviljoen

Het Bijenpaviljoen is oorspronkelijk voor de Floriade ontworpen door het Maastrichtse architectenduo Meier + Moor (Daniel Meier en Lotte de Moor). De bouw van het Paviljoen is zowel op het Floriadeterrein als in de Tuinen van Vaeshartelt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van John Clumpkens door leerlingen van het Bouw Opleidingscentrum in Horst. Het paviljoen is op 1 september 2013 officieel geopend door burgemeester Onno Hoes van Maastricht, tijdens het 3e Limburg Preuve Festival.

Hoonder Höfke tbv Mergellandhoen

Hoonder Höfke tbv Mergellandhoen

Paviljoen Boekenderweg

Paviljoen Boekenderweg

De erven Regout hebben in de jaren ’50 de Bloemenheuf verkocht aan de voormalige beheerder van Vaeshartelt, de heer van den Booren. Die is toen verhuisd van de portierswoning naar het pand aan de Boekenderweg. Dat pand staat nu leeg. Het is de bedoeling om op het terrein van de woning een Paviljoen te bouwen, daar waar straks de recreatieve routes uit de stad Maastricht (de Groene Loper), uit het Geuldal en uit het nieuwe Rivierpark Maasvallei in de Tuinen van Vaeshartelt samenkomen. Het Paviljoen dient als uitspanning en (letterlijk) ProefLokaal.

Verdwenen beelden en gebouwen

Verdwenen beelden en gebouwen

In de grote vijver liet Regout een badhuis met bibliotheek bouwen in Chinese stijl, als pagode uitgevoerd. Ter hoogte van de leeszaal was dit badhuis omringd door zeven waterspuwende stenen leeuwen. Vanaf een hoogte van 6,5 meter spoten deze hun water in het vijverbassin.

In de Weide voor den Pachter stond een chalet op palen; de entree van de Bloemenheuf werd omzoomd door twee pieds-des-stalles, die als dienstwoningen voor personeel werden gebruikt.

Langs de vijver stond de groep met riviergod en –godin, in de volksmond ‘Adam en Eva’ genoemd. Op kunstige wijze werd het water aan de achterzijde ingevoerd, zodat het uit twee  waterkannen in handen van de godenfiguren in de vijver kon stromen.

In het park waren tientallen beelden op sokkels geplaatst, waarvan Chronos (‘Vadertje Tijd’) en Hera de bekendste waren.

Schrijf u in voor de nieuwsbrief