Album Regout

 
Het album van Regout

Het album van Regout

Als er iets getuigt van Regouts Rijkdom, en van zijn zucht om die royaal te etaleren, is dat wel zijn fameuze ‘Album.’ (met punt, waarvan akte!). In dit Album vinden wij een hele serie chromolitho’s, tekeningen van de hand van Th. Müller, gedrukt door drukkerij Lemercier aan de Rue du Seine in Parijs, met daarop al zijn bezittingen: zijn fabrieken, stadspaleizen, buitenplaatsen, monumenten, tot en met een aantal fraaie poses van Petrus zelf en de grafkelders van de familie aan de Markt in Meerssen.

Van het Album zijn verschillende edities bekend, alle uit de jaren 1860-1870. Met een aantal verschillen in met name de ‘stoffering’ van de diverse afbeeldingen en ook in kleurgebruik.

Regout en al zijn functies

Regout en al zijn functies

Het Album opent met een beschrijving in het Frans, Engels en Duits van de loopbaan van Petrus Regout en van al zijn functies en eretitels.

Vervolgens het bewijs van de President van het Nederlandsch Heraldisch Genootschap, dat het geslachtswapen Regout is geregistreerd ‘zijnde een veld van keel beladen met eene chevron en drie leliën van zilver, gesteld zoo als op volgende bladzijde te zien is, open helm met zilver, geboord, helm kleederen van keel met zilver, voerende tot cimmier eene lelie uit het schild tuschen eene vlugt van zilver en keel’.

Dan de rijk geïllustreerde ‘Quartiers’ ofwel de stamboom van de familie.

Regout als ridder

Regout als ridder

In het Album zelf keert Petrus in diverse poses terug. Eenmaal als ruiter te paard, met de trotse beschrijving daaronder: Petrus was een van de ruiters die Koning Willem II in 1842 vergezelde naar Vaals en Aken, commandant van diens eregarde nog wel. En er was er die dag maar één, die die dag niet van paard hoefde wisselen. Juist: Petrus Regout!

Regout als staatsman

Regout als staatsman

Op een andere prent poseert Petrus als staatsman: in vol ornaat wijst hij daar op de oprichtingsakte van zijn onderneming. En natuurlijk staan – in het Frans, de taal van de elite destijds – al zijn functies vermeld. Zoals zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer, zijn voorzitterschap van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, zijn Koninklijke onderscheidingen enz.

Monument voor de Koning

Monument voor de Koning

Aan de overkant van de in 1853 uitgebreide vijvers liet Regout een monument voor de Koning oprichten: een bombastisch gedenkteken met een kopie van de Leeuw van Waterloo en bekroond met een portretbuste van koning Willem II. Het geheel werd geflankeerd door twee kanonnen op sokkels. In de grote gedenksteen was een veelzeggende inscriptie aangebracht, waarin vermeld staat dat het Kasteel Vaeshartelt ‘door den heer P. Regout aangekocht werd tegen hogeren prijs dan door hem aanvankelijk namens wijlen zijne majesteit Koning Willem II werd betaald’. Terwijl het verschil slechts vierduizend gulden bedroeg!

Regouts zonen lieten dit gedeelte van de tekst op het monument wegvagen. Maar in het Album. is de tekst leesbaar gebleven. Het monument is verdwenen, de steen met inscriptie ligt bij de ingang van Kasteel Vaeshartelt.

De Noordvleugel ofwel Het Paleisje

De Noordvleugel ofwel Het Paleisje

In de beschrijving laat Regout niet na te vermelden dat de Koning de vorige eigenaar is geweest. Behalve het Paleisje zelf zien we hier de voor dit beeld omgeklapte kopse zijde met schijntoren. Maar ook de in het Koetshuis ingerichte huiskapel. Deze gebruikte hij als aanbeveling aan de Paus om die te bewegen zich op Vaeshartelt te vestigen.

Verlengde Noordvleugel

Verlengde Noordvleugel

Hier is de vleugel te zien, die aan het paleisje werd aangebouwd, met uitbundige versiering en zelfs daktuinen: de groene daken van toen. Rechts van deze verlenging, die geen lang leven beschoren is geweest, zien we de voormalige schuur. Daar is nu de hotelvleugel gesitueerd.

De Oostvleugel

De Oostvleugel

Hier zien we de Oostvleugel uit 1739. Rechts de schijntoren op het ‘Paleisje’. De poort is een open entree, de koepel als bekroning van de ingangspartij is er nog niet. Vóór het kasteel een prieel, rijke versiering met beelden, perken met sierbloemen. Rechts aan de vijverrand: het imposante badhuis annex bibliotheek.

Plan Général des trois Châteaux Vaesharteld

Plan Général des trois Châteaux Vaesharteld

In het Frans schrijf je Vaesharteld inderdaad met een d op het eind. Op deze imposante prent zien we Groot Vaeshartelt in volle glorie, als het ware in vogelvlucht vanuit de lucht geschilderd. Het Paleisje vormt met de Oostvleugel en het Koetshuis een carré rondom de eerste Binnenhof. De verlengde Noordvleugel en de schuur vormen met de eeuwenoude tuinmuren een tweede carré. Nu ligt daarin de Geheime Tuin, toen waren daar de nutstuinen. Vóór het kasteel zien we het pas aangelegde park van Gindra met waterpartijen en vijvers. Met de grote en de kleine brug, de pagode met badhuis en bibliotheek, de ijskelder met theekoepel. Rechts het monument voor den Koning. Links het boerderijcomplex. Daarachter: vele hectaren bossen, akkers en velden. De bomenlanen zijn goed zichtbaar en hadden toen dus al een behoorlijke leeftijd. Bij de entree het chalet en het prieel, en in de Weide voor den Pachter het gebouw op palen. Op de voorgrond zien we Klein Vaeshartelt, gelegen aan de grote weg van Maastricht naar Nijmegen. Daarvóór nog de pas aangelegde spoorweg van Maastricht naar Aken. Regout was daarvan één van de pioniers.

Heel bijzonder ook: links van Klein Vaeshartelt zien we de ‘Piedestaux van Marly’. Gemaakt naar analogie van de beroemde Paardentemmers van Marly, die na verwoesting van het kasteel een plek kregen op de Champs-Elysées : ‘in elk van de voetstukken van de grote paarden van Marly bevindt zich een woning voor ’n gehuwde huisknecht’ (incl. kelder en zolder!).

En achter het kasteel zijn de spuiters zichtbaar van het Grand Canal.

Grand Canal

Grand Canal

Naar voorbeeld van het Grand Canal van de Franse Zonnekoning, Lodewijk de XIVe (maar dat was 150 jaar eerder!), liet Petrus Regout achter de schuur en achter de tuinmuren zijn eigen Grand Canal aanleggen. Niet zo groot als in Versailles, daarop stond nu eenmaal geen maat, maar lang genoeg en met genoeg fonteinen en waterwerken om een spetterend spektakel te garanderen. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, op de maat van de stoommachine die hij in de Binnentuin had laten plaatsen. Oogverblindend het spektakel, maar ook oorverdovend dus. Met als absolute hoogtepunt de Grande Cascade.

Grande Cascade

Grande Cascade

Hier een vooraanzicht van de Grande Cascade, expressie van de extreme rijkdom van eigenaar Petrus Regout. Een politieke boodschap was ingesloten, zoals elders is beschreven: een aanklacht tegen het gebruik van Maaswater voor irrigatiedoeleinden in België. De prent laat zien wat de bedoeling van het spektakel is: aandacht trekken en ultieme bewondering wekken voor de bedenker/opdrachtgever.

Regouts Lusthof

Regouts Lusthof

Regout was niet slechts Heer van Vaeshartelt. Alle kastelen, voorname villa’s en monumentale boerderijen in de omgeving waren in zijn bezit. De zogenaamde landgoederenzone werd één grote Lusthof van Regout en zijn familie. Tien kinderen hadden Petrus en Aldegonde, en voor elk van die tien was er een kasteel of paleisje beschikbaar. Door fraai aangelegde parken en door het eeuwenoude watersysteem waren die met elkaar verbonden. Deze prent laat het hart van de landgoederenzone zien. Op de voorgrond zien we de Petite Suisse (later Villa Kanjel) met zijn prachtige park, met theekoepels en ijskelder, vijvers met zwanengondels. Daar meteen achter de Grande Suisse (later Mariënwaerdt genoemd). Links en prominent Groot Vaeshartelt: we zien kasteel en boerderij, maar ook het chalet bij de entree en natuurlijk de Pagode in de grote vijver. Iets naar rechts ligt Klein Vaeshartelt. Kruisdonk was toen nog slechts een Molen en dus niet goed te zien. Wat verder naar achter ligt de Papierfabriek, al een tijd daarvoor gestart op waterkracht, maar hier al draaiend op stoommachines.

Vóór Vaeshartelt zien we de Meerssenerweg met zijn druk verkeer van koetsen, en parallel daaraan de spoorweg van Maastricht naar Aken, met twee elkaar ontmoetende treinen in beeld gebracht.

Stadspaleizen

Stadspaleizen

Naast de kastelen en paleizen in de landgoederenzone bezat Regout een hele reeks van stadspaleizen, vooral gelegen aan en rondom de Boschstraat. Bijvoorbeeld de panden die nu in gebruik zijn van LIOF en Leger des Heils, maar ook Boschstraat 54, dat is gebouwd voor Petrus zoon en naamgenoot.

Waterkracht om te beginnen

Waterkracht om te beginnen

De eerste productie van en voor Regout vond plaats in het Jekerdal. Daar, in de omgeving van Villa Canne, en op basis van de energie die werd geleverd door de snel stromende Jeker. In de inzet is de werking van de molens zichtbaar. Aan de rokende schoorsteen te zien heeft de eerste stoommachine hier zijn intrede gedaan. In de Tuinen van Villa Canne zien we de Jezuïeten brevieren. Blijkens het onderschrift mogen zij de Villa gebruiken als wederdienst, omdat zij ’s zomers op Vaeshartelt voor Regout de mis komen lezen.

De fabrieken van Regout

De fabrieken van Regout

Al snel werd de productie naar de Boschstraat verplaatst. Op deze prent zien we het complex van fabrieken, winkels, woningen voor het werkvolk en de woning van de eigenaar. Alles nog in elkaars nabijheid georganiseerd op een beperkt oppervlak. Aan de voorzijde de Penitentenpoort, rechts de winkels en woningen, en links het kantoor. Daarachter de fabrieksgebouwen met hun tientallen rookpluimen. Alles nog binnen de stadsmuren en binnen de singels.

Een tweede prent toont ons het gebied van Boschstraat en Bassin, als het ware vanuit de lucht gezien. Het imposante fabriekscomplex wordt omgeven door de Statensingel. Op de voorgrond zien we het Bassin. Vandaar vertrokken de schepen met hun lading naar Rotterdam om Regouts producten over de wereldzeeën tot naar China toe te transporteren. Regout was de initiatiefnemer voor de stoombootverbinding naar Rotterdam. Het zware werk in de haven werd veelal door vrouwen gedaan.

Rechts van de haven de Timmerfabriek, vooraan aan de haven het grote pakhuis, links daarvan en ook aan de Boschstraat de voorname stadspaleizen.

Cité Ouvrière

Cité Ouvrière

De snelle groei van de industrie leidde ook tot een aanzienlijke toename van de bevolking van de stad. De stadsmuren en grachten stelden grenzen aan die groei. Tot in 1870 gingen elke avond de stadspoorten nog op slot. Een deel van de arbeidersgezinnen was gehuisvest op het fabriekscomplex zelf. Verder werden overal de binnentuinen volgebouwd met ‘binnenbouwen’ met daarin primitieve éénkamer-woningen. Regout liet in 1853 in de Sint Antoniusstraat zijn Cité Ouvrière bouwen: de ‘Groete Bouw in de Sint Teunisstraot’. Een woonkazerne van een omvang die Maastricht nimmer had gekend: 72 gezinnen werden erin gehuisvest, het gebouw had een eigen mortuarium.

Schrijf u in voor de nieuwsbrief