Periode Regout

 
Belgische afscheiding

Belgische afscheiding

De winkel draaide goed, zeker nadat Petrus die met een groothandel had uitgebreid, totdat België zich van ‘Holland’ afscheidde. In 1815 waren, bij het Verdrag van Wenen, Nederland en België samengevoegd, om een bufferstaat te vormen tussen de grote mogendheden: Engeland, Duitsland, Frankrijk. Cultureel was dat geen geslaagde unie. Daar kwam bij dat ‘Hollands welvaren’ op de wereldhandel via de havens van Amsterdam en Rotterdam was gebaseerd. Daarbij hoorde traditioneel een politiek van Vrijhandel. In België was er, net als in Engeland en delen van Frankrijk, een jonge industrie in ontwikkeling. De daarmee verbonden klasse had juist belang bij protectie en tolmuren.

Dat leidde in 1830 tot de Belgische afscheiding, die definitief werd beklonken in 1839. Dat Maastricht en Limburg deel uit gingen maken van Nederland was deels toeval. Maastricht ligt immers aan de ‘Belgische kant’ van de Maas. De aanhangers van de Belgische opstand in de stad waren talrijk. Zij waren overtuigd van de overwinning en verkeerden in zo’n feeststemming, dat het voor de Hollandse generaal Dibbets een koud kunstje was om Maastricht voor ‘Holland’ te behouden. Vanaf het Vrijthof werd er een halve cirkel met een straal van 3 kilometer getrokken (de afstand die een kanonskogel destijds kon overbruggen), en zo werd de grens bepaald.

Industriële ontwikkeling in Maastricht

Industriële ontwikkeling in Maastricht

Voor de winkel en groothandel van Petrus Regout waren de consequenties groot: er kwam al snel een importverbod voor spullen uit België. Toen openbaarde zich de ondernemer in Petrus Regout. Behalve handelaar werd hij ook industrieel ondernemer. In Engeland kocht hij stoommachines, uit het Luikse betrok hij geschoolde arbeiders om als voormannen leiding te geven in zijn fabrieken. En van het omringende platteland kwamen meer dan voldoende ongeschoolde arbeidskrachten vrij voor het uitvoerende werk.

In de jaren ‘30 en ‘40 richtte Petrus zijn fabrieken op: van glas en kristal, aardewerk, metaal, de papierfabriek, een wapenfabriek, een verpakkingsindustrie enz. enz. De eerste bedrijvigheid was gesitueerd aan de Zuid-Westzijde van de stad, in het dal van de Jeker. Die was nog gebaseerd op waterkracht. Vervolgens namen de stoommachines hun intrede, aan de andere kant van de stad aan de Boschstraat. Binnen de kortste keren werkten er duizenden arbeiders in Regouts fabrieken. Van winkelier in Maastricht werd Regout handelaar op wereldschaal. En Maastricht groeide uit tot de eerste industriestad in Nederland.

Petrus Regout was een van de oprichters van de spoorwegmaatschappij Maastricht-Aken, en een van de pioniers van de stoombootmaatschappij Maastricht-Rotterdam. Zo kon hij zijn producten exporteren tot in het diepst van Europa en over de wereldzeeën tot in China toe. Het naast de Boschstraat gelegen Bassin werd een levendig havengebied.

Ontstaan industrieel imperium

Ontstaan industrieel imperium

Petrus ontpopte zich als een ware entrepreneur: industrieel en handelsman in één. Als de verkoopprijzen onder druk stonden hield hij zijn voorraden vast totdat de prijzen weer waren aangetrokken. Binnen de kortste keren maakte Regout een enorm fortuin en werd hij zoals dat heet puissant rijk. Behalve zijn fabrieken bezat hij in de Boschstraat en omgeving een aantal voorname stadspaleizen.

Transformatie van de vestingstad

Transformatie van de vestingstad

Voor de stad Maastricht zijn de gevolgen enorm. Onder invloed van de snelle industriële ontwikkeling explodeert als het ware de gave vestingstad, die het eeuwenlang was. Fabrieken worden gebouwd waar eerst tuinen en fruitgaarden waren. De bevolking, eeuwenlang in omvang ongeveer constant, neemt snel toe. Stadswoningen worden gesplitst in éénkamer-woningen, tuinen worden volgebouwd met complexen met eveneens éénkamer-woningen, waar geen daglicht en frisse lucht toegang heeft.

Van een evenwichtige vestingstad wordt Maastricht in enkele jaren tijd een overvolle, vieze, stinkende en ongezonde industriestad.

Stadsuitleg, stichting van Buitenplaatsen

Stadsuitleg, stichting van Buitenplaatsen

Wie het zich kan permitteren zoekt een uitweg. Petrus Regout is de eerste die zijn leven naar buiten de stadmuren verplaatst. Na het overlijden van Koning Willem II koopt hij Buitenplaats Vaeshartelt voor zichzelf. Eerst, zijn hoofdwoonst blijft aan de Boschstraat, alleen als zomerresidentie. Maar niet veel later besluit hij permanent ‘buiten’ te gaan wonen. Hij laat de zogenaamde ‘Fumoir’ aanbouwen als ontvangstruimte, en vraagt aan landschapsarchitect Gindra om een Engels landschapspark te ontwerpen. In 1861 nemen Petrus en Aldegonde hun definitieve intrek op Buitenplaats Vaeshartelt.

Buitenplaats

Buitenplaats

Wie in een vliegtuigje of een luchtballon over de buitenplaats vliegt, ziet beneden zich een geordend geheel van tuinen, waterpartijen en gebouwen. Natuur zoals die zou moeten zijn. Een leesbaar landschap, waar ieder onderdeel zijn eigen rol speelt in een groter geheel.

Een buitenplaats als Vaeshartelt is een geconstrueerde totaalervaring waar beeldenmakers samenwerkten om Arcadië te herscheppen: de harmonische wereld die we verloren zijn. Het land van melk en honing. Een land vol bloemen, fruit en bossen, helder water en eeuwige zomer. Waar mens en dier in volkomen harmonie samen leefden. De Hof van Eden. Luilekkerland, Utopia, Nieuw Babylon.

Regout was natuurlijk niet de eerste die zijn heil buiten de drukke en ongezonde stad zocht. De Franse adel ging hem al meer dan een eeuw eerder voor en stichtte kastelen en paleizen in een fantastisch decor van parken en lusthoven ten zuiden van Parijs. De rijkdom die in de Amsterdamse handel was vergaard leidde tot de stichting van vele buitenplaatsen langs de Vecht. Allemaal voorbeelden van in het buitengebied gecreëerde oases, waar op alle gebied het goede leven kon worden genoten: cultuur, natuur, gastronomie. Inspiratie genoeg voor Petrus Regout om het gebied tussen Maastricht en Meerssen om te toveren tot één grote Lusthof.

Landgoederenzone

Landgoederenzone

Vaeshartelt is gelegen in het hart van de zogenaamde Landgoederenzone. In dat gebied tussen Maastricht en Meerssen, gestructureerd door het watersysteem van Kanjel en Geley en door een samenstel van lanen, zijn een aantal eeuwenoude vestingen, kastelen, versterkte boerderijen te vinden. Zoals Petrus Regout Vaeshartelt schiep tot buitenplaats voor zichzelf, zo kocht en verbouwde hij zo goed als alle andere kastelen en voorname villa’s in de buurt als buitenplaatsen voor zijn tien kinderen: Groot en Klein Vaeshartelt, Kruisdonk, Meerssenhoven, de Grande en Petite Suisse, Bethlehem en Jerusalem, Villa Wyckerveld enz. De landgoederenzone was in de tweede helft van de 19e eeuw één grote lusthof van voorname gebouwen, aaneengeschakeld door prachtige parken en indrukwekkende lanen.

Villapark

Villapark

Zoals de echte rijken, de Regouts, zich vestigden aan de noordkant van de stad, zo trok de rijke burgerij aan de andere kant de stadspoorten uit. Omstreeks 1890 werden daar het Stadspark en het Villapark aangelegd. Nog later ontstonden buiten de vesting de eerste vormen van sociale woningbouw: ten noorden van Wijck en in het Blauw Dorp bijvoorbeeld.

Schrijf u in voor de nieuwsbrief