Overige landgoedonderdelen

 

Weide voor den Pachter

Weide voor den Pachter

Links van de oprijlaan, vóór de boerderij, ligt de ‘Weide voor den Pachter’. De weide wordt omzoomd door de lindenlaan, een laan van paardenkastanjes, en een nieuw aangelegde beukenlaan. Binnen die contouren is een meidoornhaag geplant. In de weide zijn twee boomgroepen geplant: een groep lindebomen en een groep coryllussen. Deze boomgroepen komen van de in 1995 aangelegde voorlopige parkeerplaats. In de zomer grazen hier de koeien. De Weide voor den Pachter is sinds 2012 weer in eigendom van de Stichting Buitenplaats Vaeshartelt.

Sport- en spelweide

Sport- en spelweide

Achter de parkeerplaats en het toekomstige ‘Grand Canal’ en naast het Sterrenbos ligt de sport- en spelweide, die tevens geschikt is als overloopparkeerplaats. Op een gestabiliseerde ondergrond zijn hier ruime sport- en speelmogelijkheden. De weide wordt omzoomd door een rij lindenbomen.

Parkeerplaats

Parkeerplaats

In 2008/9 is de parkeerplaats opnieuw aangelegd, naar een ontwerp van Caspar Slijpen. De voorlopige parkeerplaats uit 1995 was al snel te klein gebleken. De nieuwe parkeerplaats is meer dan dubbel zo groot en biedt ruimte aan ruim 300 auto’s. Maar ook kwalitatief biedt het nieuwe ontwerp een belangrijke toevoeging. Rondom wordt de parkeerplaats ingepakt door een beukenhaag, daarbinnen is er een indeling met taxushagen en zijn er drie rijen zelkova’s aangeplant.

Bomenlanen

Bomenlanen

Belangrijke structurerende elementen voor Buitenplaats Vaeshartelt, maar ook voor de landgoederenzone in zijn geheel, vormen de eeuwenoude bomenlanen. Vaeshartelt zelf kent zijn lindenlaan, twee lanen van paardenkastanjes, en een beukenlaan richting de Fregatweg. Een andere beukenlaan verbindt Vaeshartelt met de Kastelen Bethlehem en Jerusalem en loopt via het nieuwe NS Station Maastricht-Noord. Deze Beukenlaan is straks onderdeel van de Groene Loper, die de stad Maastricht verbindt met de landgoederenzone en met Buitenplaats Vaeshartelt. Vanaf Vaeshartelt is er tenslotte een eikenlaan richting de Meerssenerweg en langs de vijver aan de  Weert.

Watersysteem

Watersysteem

Oorspronkelijk was het land van Hartelt een moerassig gebied. Om het te ontginnen en landbouw mogelijk te maken is in het begin van de 12e eeuw een stelsel van watergangen gegraven. Bij de Rothemer Molen werd er vanaf de Geul een watergang gegraven in de richting van wat later de landgoederenzone is gaan heten. Tussen Kruisdonk en Vaeshartelt splitste de watergang zich in de Kanjel en de Geley. De Kanjel stroomt langs Kruisdonk, de Grande en de Petite Suisse (Mariënwaerdt en Villa Kanjel), de Kastelen Bethlehem en Jerusalem, Hoeve Rome, en vandaar terug naar de Geul en vervolgens naar de Maas. De Geley stroomt langs en over landgoed Vaeshartelt en vervolgens via Meerssenhoven terug naar de Geul bij Voulwames en vandaar naar de Maas.

Het water werd later gebruikt om middels grachten versterkte plaatsen te bieden aan boerderijen in het gebied. En nog later om de vijvers en waterpartijen van de buitenplaatsen en kastelen te voeden.

Naast de bomenlanen is ook dit watersysteem een van de structurerende elementen van de landgoederenzone in het gebied van Geul en Maas. Het is de bedoeling om in de komende jaren het watersysteem meer zichtbaar te maken en de belangrijkste vijvers te saneren. Die zijn namelijk vervuild: de Geul ontspringt in België en stroomde daar langs de afvalbergen van de zinkmijnen in Plombières. Dat heeft gezorgd voor de bloei van het zinkviooltje in het Geuldal, maar ook  voor ernstige vervuiling van een aantal vijverbodems.

Vijvers

Vijvers

Gindra heeft de waterlopen  fraai in zijn ontwerp ingepast. Hij verdeelde het water in twee partijen: een smalle waterloop langs de rijweg die een bocht maakt en reikt tot halverwege de tuin. Dat was het Engelse idee van de ‘Endless River’. Vervolgens de echte vijver in de vorm van een brede watervlakte tot het einde van de tuin. Langs waterloop en vijver was een begrenzing van bomen en struiken zodanig aangelegd, dat beide wateroppervlakten bij de tuin waren betrokken en de weilanden erachter aan het oog waren onttrokken. De tuin loopt op, zodat de ‘eindeloze rivier’ die de vijver instroomt niet zichtbaar is vanuit het huis.

In 2013 is in de nieuw aangelegde fruitgaard de ‘Oude Geley’ hersteld, de waterloop die vroeger van Vaeshartelt naar Meerssenhoven stroomde.

Grand Canal en Grande Cascade

Grand Canal en Grande Cascade

In zijn Album schrijft Regout: ‘het zijn vooral de watervallen en de talrijke fonteinen die vanaf zes uur ’s ochtends tot ’s avonds het park een zekere levendigheid en vrolijkheid verlenen’. Dat waterspektakel was zijn belangrijkste toevoeging aan het ontwerp van Gindra. Regouts grote voorbeeld was het Grand Canal van Versailles. In Versailles had Louis Quatorze, de Zonnekoning, aan André Le Nôtre opdracht gegeven om zijn Paleistuinen aan te leggen met het water als dominant element daarin: het befaamde Grand Canal met al zijn beelden en fonteinen, 1800 meter lang en meer dan 60 meter breed.

Met dat uiterlijk vertoon van de Franse adel van de voorbije 17e en 18e eeuw wilde Regout zich omringen en zo zijn puissante rijkdom naar zijn omgeving uitstralen. Achter het Kasteel liet hij zijn eigen Grand Canal graven met daarin tientallen spuiters en fonteinen. De ultieme bekroning was de ‘Grande Cascade’.

Deze rijk versierde Cascade was gebouwd in hout tegen de muur van de schuren aan de westkant van het Paleisje, aan de vijver bij de bosrand. Men kon achter het watergordijn van de Cascade langs de muur doorlopen. Daar ziet men een grot met daarin muzikanten en kaartspelende mannen, een kroegtafereel. Daarboven ontspringt het water tussen alle mogelijke grillig gevormde takken.  Op de grot zien we twee mannen waarvan er één persoonlijk aan de  waterpartij een straaltje bijdraagt. Dat is blijkens de inscriptie Petrus Regout zelf:
‘Vrienden, ziet mijn hoed, dan kent ge mijn kleed, ik ben een Maasbewoner en ruim zo goed Nederlander als in Holland bekend is. Ik zeg: alle baeten helpen. Ik stuur dit water na die  ongelukkig afgetapde rivier, door ieder verlaten. Geeft God wat God toekomt en de Koning wat de Koning toekomt’.

Hiermee ondersteunt Regout zijn protest tegen het verdrag met België over gebruik van water uit de Maas voor de irrigatie van de Kempen en de voeding van het Kempisch kanaal. Daardoor zakte namelijk de waterstand van de Maas en dat was weer nadelig voor de scheepvaart (en dus voor het transport van Regouts producten naar Rotterdam!).

In oktober 1862 werd de stoommachine in gebruik genomen, die zorgde voor de watercirculatie van de grote cascade en alle fonteinen. Het spektakel was oogverblindend, maar ongetwijfeld ook oorverdovend.

Schrijf u in voor de nieuwsbrief